de ultieme verfijning in muurbekleding
de ultieme verfijning in muurbekleding
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 
 
 

Muren voorbereiden

Bij het behangen is een goede ondergrond onontbeerlijk voor een perfect resultaat. Te vaak nog staat men hier niet bij stil of wordt met de ondergrond te lichtzinnig omgegaan, wat nare gevolgen kan hebben. Bij schilderwerken neemt de voorbereiding (schuren, afwassen, plamuren, fixeren, etc.) al gauw de helft van de tijd in beslag. Bij behangen echter is men vaak van mening dat de problemen toch zullen worden bedekt. Nochtans kunnen veel problemen door wat oplettendheid en enkele eenvoudige ingrepen voorkomen worden. En daar komt het op neer: voorkomen. Want slechte resultaten, ontstaan door slechte ondergronden, zijn vaak niet meer bij te sturen of te herstellen.

Een goede ondergrond is:

• DroogBij aanwezigheid van restvocht in een nieuwe bepleistering moet rekening worden gehouden met een wachttijd. Om het droogproces te versnellen wordt aangeraden om de kamer te verwarmen en regelmatig te verluchten. Opstijgend vocht of vocht ontstaan door constructiefouten, moet bij de oorzaak worden aangepakt. Indien dit onmogelijk is, kan de ondergrond per definitie niet als een goede ondergrond worden beschouwd. Als het pleisterwerk plaatselijk schimmel of donkere vlekken vertoont, mag u niet zonder meer opnieuw behangen. Ook al lijken de vlekken droog en voelen ze op dat moment niet vochtig aan, dan nog kan het best zijn dat er tijdens een regenperiode wel vocht insijpelt.

• VastEen ondergrond moet sterk genoeg zijn om de muurbekleding te kunnen dragen. Dit betekent dat het pleisterwerk de spanning die ontstaat bij het drogen moet kunnen opvangen. Vooral bij oude gecraqueleerde pleisterlagen (grijs en wit) kan dit een probleem opleveren. Deze spanning treedt niet alleen op tijdens het drogen van de muurbekleding. Ook in het najaar, als de kamer weer verwarmd wordt, kan de luchtvochtigheid in de kamer opeens sterk dalen, waardoor de spanning op de muurbekleding toeneemt. Poederige ondergronden moeten worden gefixeerd. Hiervoor gebruikt men bij voorkeur een hechtmiddel dat tot in de ondergrond dringt. In geen enkel geval mag het product aan de oppervlakte een film vormen, waardoor de ondergrond volledig wordt afgesloten. Bij een ondergrond die erg twijfelachtig is, m.a.w. waar men sterke vermoedens heeft dat reacties kunnen opgewekt worden, wordt aangeraden een synthetisch fixeermiddel – al dan niet verdund – te gebruiken. Ook oude verflagen die niet goed of onregelmatig hechten kunnen voor problemen zorgen. Droge bepleistering (gipsplaten) kan problemen geven wanneer u de muurbekleding verwijdert. Deze platen zijn immers bekleed met een kartonlaag die de neiging heeft om plaatselijk los te komen of week te worden bij bevochtiging. Ook in dit geval wordt geadviseerd om een fixeermiddel te gebruiken dat tot in de ondergrond dringt. Hierdoor worden problemen tijdens het behangen vermeden en wordt het verwijderen van de muurbekleding achteraf gemakkelijker. Als u in deze fase een gepigmenteerd product gebruikt, heeft u bovendien het bijkomende voordeel dat de ondergrond egaal gekleurd is.

• Licht absorberendDe lijm moet in de muur kunnen dringen. Indien het pleisterwerk volledig is afgesloten (door bijvoorbeeld verf) en dus geen lijm kan opnemen, is een correcte verbinding tussen de ondergrond en de muurbekleding onmogelijk.
Een te sterk zuigende ondergrond kan best worden voorgelijmd of in extreme gevallen gefixeerd (opgelet: gebruik hiervoor een product met een dieptewerking).
Te zeer afgesloten ondergronden moeten worden opgeruwd. Eventueel vormt een extra onderlaag met een basisvlies de oplossing.

• GladHet pleisterwerk mag geen oneffenheden vertonen. Hoe minder reliëf in de muurbekleding, hoe gladder de ondergrond moet zijn. Dit geldt extra bij glanzende of zijdeglanzende uni muurbekleding. Vooral in situaties waar schuin invallend licht aanwezig is, zal elke onregelmatigheid zich sterk aftekenen. Oneffenheden hoeven niet altijd onregelmatigheden in het pleisterwerk te zijn, zelfs haartjes van een behangborstel kunnen bij glanzend behang storen.

• SchoonOud behang overplakken is om problemen vragen. Als de naden van het oude behang niet goed aansluiten zal dit zich in de nieuwe laag muurbekleding aftekenen. In sommige gevallen komt het oude behang los. Het vuil dat in het oude behang zit, kan ook door de nieuwe muurbekleding heen vlekken veroorzaken. Ook oude lijm kan leiden tot vlekken op de nieuwe bekleding. Daarom moet oud behang altijd eerst worden verwijderd.

• NeutraalVers aangebrachte gips- en cementpleisters hebben soms een hoge alkaliteit (pH >10) of zuurtegraad. Deze vermindert naarmate de pleister uitdroogt. Om te controleren of een wand alkalisch is, kan men gebruik maken van PH-indicatorstrookjes. De wand wordt bij voorkeur op verschillende plaatsen met gedestilleerd water nat gemaakt, waarna het indicatorpapier op die plaatsen wordt vastgezet. De verkleuring die optreedt, wordt vergeleken met de kleuren op de pH-meter. Vanaf een waarde van 7 wordt gesproken van een alkalische of zure ondergrond. In dat geval moet de ondergrond worden geneutraliseerd. Om alkalische ondergronden te neutraliseren bestaan er fluateringsmiddelen. Deze zijn als poeder of als vloeibaar product in de handel verkrijgbaar. Een gefluateerd oppervlak heeft een grotere dichtheid, hardheid en zuigt minder.

Let ook op bij herstellingen van het pleisterwerk. Sommige pleisters zijn erg zuur. Indien deze niet voldoende worden geïsoleerd, bestaat het gevaar dat er bij het behangen een verkleuring ontstaat. Dit zal eerder gebeuren bij vinylbehang. Vermits deze muurbekleding langzamer droogt, is het gevaar dat de alkaliteit opgewekt wordt groter.
Voornamelijk gemetalliseerde muurbekleding of bekledingen met natuurvezels zijn aanzienlijk gevoeliger voor deze alkaliteit. Metaalbehang mag niet op een alkalische of zure ondergrond gekleefd worden.

• Uniform licht gekleurdKleurverschillen in de muur kunnen zichtbaar zijn, zeker bij dun en lichtgekleurd vliesbehang, vandaar dat de ondergrond bij voorkeur een uniform lichte kleur heeft.